vakantie: things we did, 2
September 2nd, 2010Het is inmiddels alweer meer dan een maand geleden, maar toch nog een tweede blog over mijn Engelandrondreis. Na Bristol, Glastonbury en Stratford-upon-Avon (inderdaad, waar Shakespeare werd geboren) kwamen we aan in Liverpool. Net als bij Bristol – de Glastonbury Tor – en bij Stratford – het graf van Shakespeare – hadden we ook in Liverpool een specifiek doel. Of in dit geval eigenlijk vier specifieke doelen: the Beatles.
De naam van het vliegveld, Liverpool John Lennon Airport, doet al vermoeden dat het niet moeilijk is sporen van de Fabulous Four te vinden. En hoewel wij met de trein aankwamen waren de Beatlesverwijzingen inderdaad alomtegenwoordig. Meerdere Beatlesbussen rijden hun vaste route door de stad en de helft van de winkels verkoopt er T-shirts, mokken, tassen en mousepads met de beroemde Abbey Road foto van het zebrapad erop. Na deze vaststelling ontdekten we dat Liverpool een heel wat grotere stad is dan onze vorige bestemmingen. Met backpacks lopen naar het hostel was achteraf niet zo verstandig, maar we hebben het gehaald.
Op onze eerste volledige dag in Liverpool verkenden we de stad. We bezochten de compleet gerenoveerde Albert Docks, ooit het vertrekpunt van boten vol slaven naar de Verenigde Staten, nu gevuld met moderne musea, koffiehuisjes en, uiteraard, de ‘Beatles experience’. Omdat de rij voor deze ‘ervaring’ toch wel erg lang was, en ook omdat ik stiekem denk als diehard Beatlesfan het meeste toch al te weten, zijn we vervolgens het centrum in gegaan. Via een enorm, splinternieuw winkelcentrum kwamen we in Matthew Street terecht. Het straatje dat zichzelf ‘birthplace of the Beatles’ noemt. Niet geheel onterecht, want in het verder onopvallende straatje bevond zich de Cavern Club, waar ze hun eerste optredens gaven. De plaats van de ingang is gemarkeerd, maar de club zelf is in de jaren ’70 gesloopt. Weliswaar is hij een paar huizen verderop herbouwd, maar dat is natuurlijk niet helemaal hetzelfde. Toch was ik blij om het gezien te hebben. Die avond zagen we, gehuld in oranje shirts, de WK-finale. Daar zal ik verder niet over uitwijden.
De dag erop ging onze Beatlestocht verder. Zoals gezegd rijden er meerdere Beatlesbussen door de stad. Veel daarvan met een open dak en een uitgebreide ‘hop-on-hop-off’ aanbieding op de zijkant gedrukt. Ook de Yellow Duckmarine, een gele bootauto die, echt waar, eerst door de straten rijdt om vervolgens bij de docks zo het water in te duiken, zal zijn charme hebben. Wij kozen echter voor de Magical Mystery Tour. Omdat zij in elk geval proberen te suggereren dat ze iets minder toeristisch zijn en, belangrijker, omdat ze langs alle geboortehuizen rijden.
Toeristisch was het natuurlijk alsnog, maar eigenlijk ook mijn leukste dag van de hele vakantie. De bus, inclusief jaren ’50 interieur en vriendelijk engels mannetje als gids, bracht ons langs de geboortehuizen van Ringo – klein – en George – nog kleiner. Dit alles niet in het centrum van Liverpool, maar in een zuidelijke buitenwijk. Zo een waar je normaal nooit zou komen als je er niet toevallig woonde. Het huis waar Ringo als jongetje woonde wordt binnenkort gesloopt, een mededeling die in de bus tot grote verontwaardiging leidde. Vervolgens reden we langs Penny Lane, waar iedereen natuurlijk de bus uit mocht om met het straatnaambordje op de foto te gaan. Even verderop bleek dat the banker (on the corner… with a motorcar), de brandweerkazerne (the fireman, he likes to keep his fire engine clean) en, zoals je op de foto kunt zien, ook de shelter in the middle of a roundabout er nog altijd zijn.
The barber had een andere naam gekregen, maar zat ook nog op dezelfde plaats als in de tijd van the Beatles.
The barber shaves another customer
We see the banker sitting waiting for a trim
Then the fireman rushes in
Uiteraard reden we ook langs het huis waar John Lennon opgroeide – inmiddels een museum en toch een beetje heilige grond. Bovendien was het leuk om te zien dat ze in de film die dit jaar over zijn jeugd verscheen (Nowhere Boy) inderdaad het echte huis gebruikt hebben. Naast een vluchtige blik uit het raam op het roodgeschilderde hek van Strawberry Fields, voerde onze reis natuurlijk langs het geboortehuis van Paul McCartney.
20 Forthlin Road bleek een heel normaal huis, ietsje groter dan dat van Ringo en George, ietsje kleiner dan dat van de tante van John, maar voor mij (en duizenden Paulfans met mij waarschijnlijk) iets speciaals.
Via het huis van Brian Epstein, de manager, en het schooltje waar John Lennon en Paul McCartney elkaar voor het eerst ontmoetten reden we terug naar het centrum. We eindigden bij Matthew Street, waar wij al geweest waren, en keerden dan ook als vermoeide maar voldane fans terug naar het hostel.








